Dat zegt Vewin, de branchevereniging voor Nederlandse waterbedrijven. Volgens de organisatie is de nieuwe Europese lijst met stoffen die eigenlijk niet in het oppervlaktewater zouden mogen zitten, te beperkt. Er hadden tenminste drie extra geneesmiddelen op moeten staan. Over de lijst is jarenlang onderhandeld tussen landen, Europese Commissie en het Europese Parlement. Het resultaat is een uitbreiding met 12 stoffen, vooral landbouwgiffen. Vewin is blij dat de lijst is uitgebreid, maar is nog niet tevreden. Drie geneesmiddelen die er eerst wel op stonden, zijn gesneuveld in de onderhandelingen. Geneesmiddelen komen vaak via de wc in het water terecht. Waterbedrijven zijn veel geld kwijt als ze die stoffen zelf uit het water moeten zuiveren. Vewin is ook niet blij met het feit dat de nieuwe lijst pas ingaat in 2027.
Het concern heeft door zijn gewiekst lobbywerk immers een dominante inbreng in het voedselbeleid van de Europese Unie. Dat schrijft het online magazine Deutsche Wirtschaftsnachrichten naar aanleiding van de plannen van de Europese Commissie om landbouwers en particulieren te verplichten om uitsluitend van officieel erkend zaaigoed gebruik te maken. Die beslissing komt volgens critici enkel ten goede aan de grote producenten van zaaigoed, die ook nu al de zadenmarkt grotendeels onder elkaar verdelen. Eerder was al bepaald dat in de Europese landbouw alleen gebruik gemaakt mocht worden van officieel erkend zaaigoed. Daarbij was wel een uitzondering gemaakt voor een aantal voor oude en zeldzame soorten, die vooral door particulieren voor kleinschalig gebruik werden toegepast. Die uitzondering zou echter nu worden geschrapt. Daardoor dreigt volgens critici echter de diversiteit op de Europese voedingsmarkt volledig uitgehold te worden en zouden heel wat historische soorten groenten en graan definitief uit de teelt verdwijnen. Dat zou leiden tot een verregaande uniformisering van het Europese menu. Er wordt op gewezen dat op de voorbije honderd jaar al 90 procent van alle soorten zijn verdwenen.
Dat blijkt uit de analyse van diplomatieke berichten die enkele jaren geleden openbaar gemaakt werden door WikiLeaks. De analyse van meer dan negenhonderd diplomatieke telegrammen uit 113 landen door de organisatie Food & Water Watch legt een zorgvuldig georganiseerde campagne bloot om het verzet tegen de genetisch gemanipuleerde producten (ggo's) in het buitenland te verzwakken. De berichten beschrijven onder meer een reeks pr-strategieën, de organisatie van conferenties rond biotechnologie en manieren om wetenschappers, media en boeren te overtuigen van de voordelen van ggo's. Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken hield zich niet alleen met public relations bezig, maar voerde ook actief oppositie tegen wetsvoorstellen in de landen die tot doel hadden om ggo's te verbieden of een etiketteringsplicht in te voeren. In sommige berichten is zelfs sprake van strafmaatregelen tegen landen die de import van ggo's weren.
Dat schrijft staatssecretaris van Economische Zaken Sharon Dijksma (PvdA) in een brief aan de Tweede Kamer. Met het verbod op het landbouwgif moet grootschalige bijensterfte worden tegengegaan. Eurocommissaris Tonio Borg voor consumentenbescherming liet eind april weten 'de komende weken' werk te maken van het inperken van de inzet van de middelen clothianidine, imidaclopride en thiamethoxam, die neonicotinoïden bevatten. De middelen worden gebruikt op gewassen die bijen aantrekken. Zodra het besluit van de Europese Commissie is vastgesteld, gaat Dijksma het in Nederland implementeren. Landen krijgen tot 1 december de tijd om het besluit in te voeren. Felle kritiek werd geuit op de weigering van Sharon Dijksma in Nederland nog sneller tot actie over te gaan. Straks na het neerdwarrelen van de laatste vergiftigde bij, is Sharon Dijksma van de PvdA ongetwijfeld de eerste die vanuit ' mijn directe verantwoordelijkheid en oprechte bezorgdheid' een brede commissie van onderzoek zal installeren die...., aldus de Trouwschrijfster.
Wageningen is op zaterdag 25 mei onderdeel van een wereldwijde actie tegen het Amerikaanse bedrijf Monsanto. Dit chemiebedrijf ligt onder vuur van de milieubeweging. Monsanto maakte in het verleden onder andere het ontbladeringsmiddel Agent Orange, bekend uit de Vietnamoorlog. Tegenwoordig is het leider op het terrein van genetisch geproduceerde gewassen. Het bedrijf is onder andere in Wageningen actief. Volgens de organisatie hebben zich op de pagaina van March against Monsanto op Facebook zo'n duizend personen aangemeld voor de actie in Wageningen.
Er moet een einde komen aan de regeling die duizenden boeren van natuursubsidies voorziet, terwijl zij door gebruik van mest en landbouwgif datzelfde landschap juist aantasten. Alleen boeren in de directe omgeving van natuurreservaten die bereid zijn tot vergaande milieumaatregelen moeten nog geld krijgen. Dit is de belangrijkste conclusie uit het advies van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) dat vanmiddag aan staatssecretaris Sharon Dijksma (natuur) wordt overhandigd. Het kabinet had om advies gevraagd, omdat het het natuurbeleid wil herijken. De laatste keer dat dit gebeurde was in 1990, toen minister Gerrit Braks met zijn Natuurbeleidsplan begon met de Ecologische Hoofdstructuur: het verbinden van natuurgebieden tot één geheel. De commissie onder leiding van ex-minister Agnes van Ardenne concludeert in het rapport 'Onbeperkt Houdbaar' dat het agrarisch natuurbeheer 'op een groot fiasco is uitgelopen'. De afgelopen twintig jaar is daar één miljard euro aan uitgegeven, hoewel er tegelijkertijd een volgens de adviesraad dramatische biologische verarming plaatsvond door de intensivering van de landbouw. De raad vindt dat die financiering van 'ineffectief agrarisch natuurbeheer' moet stoppen. Alleen boeren die bereid zijn de grondwaterstand te verhogen, die bemesting en gifgebruik sterk terugdringen én vlak bij natuurreservaten werken, moeten nog subsidie kunnen krijgen. In een reactie schrijft de toxicoloog Henk Tennekes dat het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) in Wageningen mede verantwoordelijk is voor falend agrarisch natuurbeheer, omdat het Ctgb veel te weinig oog had voor de kwalijke milieueigenschappen en extreme chronische toxiciteit voor geleedpotigen van imidacloprid, en deze stof vanaf 1994 in zeer ruime mate heeft toegelaten.
Meer inheemse planten en vaker duurzame materialen gebruiken. Dat is waar de staatssecretaris van Economische Zaken Sharon Dijksma zich hard voor maakt. Samen met de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu Wilma Mansveld, de branchevereniging voor professionals in het groen (VHG) en NL Greenlabel sloot ze de Green Deal ‘Levende Duurzame Buitenruimtes’. Sharon Dijksma: "Ook consumenten kunnen een grote bijdrage leveren door hun tuin op een verantwoorde wijze in te richten en te onderhouden. Een groene leefomgeving, in je eigen wijk, is belangrijk. Ook voor de kinderen die er spelen." Bij de aanschaf van producten en materialen kunnen consumenten erop letten dat die kunnen worden gerecycled en lang meegaan. Zorgvuldig gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, kunstmest en water is noodzakelijk. Er zijn genoeg alternatieven voorhanden.
Op 18 april 2013 kwamen broedvogeldeskundigen en natuurbeschermers van de drie Waddenzee landen Denemarken, Nederland en Duitsland bij elkaar voor de internationale workshop “Breeding Birds in Trouble". Uit lange termijn trends van broedvogeltellingen blijkt dat de aantallen van 2/3 van alle internationaal gemonitorde soorten in het Waddengebied afnemen. De trends van de afgelopen 10 jaar tonen zelfs aan dat de achteruitgang van sommige soorten, zoals scholeksters (Haematopus ostralegus), kluten (Recurvirostra avosetta) en Noordse Stern (Sterna paradisaea) in een versnelling is geraakt. Zeldzame broedvogels, zoals kemphaan (Philomachus pugnax), bonte strandlopers (Calidris alpina) en watersnip (Gallinago gallinago) staan op de rand van verdwijnen uit het Waddengebied. Als de huidige negatieve trends doorzetten, dreigen meer broedvogels, zoals de blauwe kiekendief (Circus cyaneus), te verdwijnen. In een reactie schrijft de toxicoloog Henk Tennekes dat de vogelsoorten die achteruitgaan in veel gevallen afhankelijk zijn van insecten die eveneens schaarser worden. De toenemende verontreiniging van bodem en water met het insecticide imidacloprid in of nabij broedgebieden zou daarbij een belangrijke rol kunnen spelen. Uit onderzoek van de Universiteit Utrecht blijkt dat er een verband is tussen imidacloprid concentraties en de insectenrijkdom in het oppervlaktewater:
http://dx.plos.org/10.1371/journal.pone.0062374.
Met een afname van meer dan 40 procent in de afgelopen twintig jaar komt de spreeuw (Sturnus vulgaris)zoals het er nu naar uitziet op de Rode Lijst voor bedreigde vogels te staan. Dit blijkt uit de nieuwe Stadsvogelbalans van Vogelbescherming Nederland (bijlage). In de Stadsvogelbalans worden de trends van alle broedvogels in de stad weergegeven. De stadsvogelbalans is samengesteld op basis van telgegevens van Sovon Vogelonderzoek Nederland. Het geeft de meest recente stand van de broedvogels in de stad weer. Van de 63 onderzochte soorten gaan er 20 achteruit. Ook parkvogels zoals de roodborst (Erithacus rubecula) en winterkoning (Troglodytes troglodytes) nemen over de hele linie af.
Om de toxiciteit van chemicaliën in organismen te kunnen begrijpen is het nodig kennis te vergaren over de moleculaire mechanismen en het verband tussen het niveau van blootstelling en de toxische effecten die in de loop van tijd worden waargenomen. Onze huidige kennis over dergelijke relaties wordt vooral verklaard vanuit een toxicodynamisch en toxicokinetisch perspectief. Deze publicatie vestigt opnieuw de aandacht op een oude benadering die uitgaat van het werkingsmechanisme en de daaruit voortvloeiende biologische effecten in de loop van de tijd verklaart. Empirische gegevens tonen aan dat het toxiciteitsmodel van Druckrey & Küpfmüller, dat werd gevalideerd voor genotoxische carcinogenen in de vroege jaren 1960, ook van toepassing is op een breed scala van giftige stoffen in de ecotoxicologie. Volgens dit model wordt het karakter van een gif hoofdzakelijk bepaald door de omkeerbaarheid van kritische receptorbinding. Chemicaliën die een onomkeerbare of langzaam reversibele binding met specifieke receptoren aangaan zullen cumulatieve effecten in de tijd veroorzaken, en wanneer de effecten eveneens onomkeerbaar zijn wordt de werking door de tijd versterkt. Dergelijke werkingsmechanismen hebben belangrijke implicaties voor de risico evaluatie. Traditionele risico benaderingen kunnen de effecten van dergelijke toxische stoffen niet voorspellen. Nieuwe evaluatie procedures zijn nodig om het risico van deze chemicaliën voor mens en milieu te evalueren. Een voorbeeld wordt gegeven om te laten zien hoe het risico van toxische stoffen kan worden onderschat bij het gebruik van de huidige risico evaluatie.