Agro-ecologie in plaats van agro-business

Uit ethisch oogpunt verdient de agro-ecologische landbouw de voorkeur boven de intensieve landbouw. De eerste aanpak is duurzamer, respecteert boeren en de biodiversiteit in de landbouw en verkleint de kloof tussen productie en consumptie van voedsel. De intensieve landbouw is nu dominant en heeft de verbindingen tussen land, voedselproductie en de maaltijd doorgesneden. Problemen als overgewicht, ondervoeding, gebrek aan duurzaamheid en dierenwelzijn hangen samen met deze gangbare wijze van productie en consumptie van voedsel. Deze problemen kunnen worden aangepakt als de productiesector beter luistert naar de consumenten en de consumenten kritischer worden. Dat zegt prof. dr. Michiel Korthals bij zijn afscheid als hoogleraar Toegepaste Filosofie aan Wageningen Universiteit.

De agro-ecologische landbouw verdient grotere overheids-, financiële en wetenschappelijke steun, vindt prof. Korthals. Wetenschappers, technologen en bedrijven op het gebied van de voedingsmiddelenindustrie moeten beter luisteren naar wat er gebeurt voor en tijdens de maaltijd en op het boerenbedrijf. Hij introduceert in dit verband onder andere het begrip 'voedseldemocratie'.

In zijn afscheidsrede legt Korthals de twee tegengestelde landbouwproductiemethoden, de intensieve landbouw en de extensieve agro-ecologische productie, langs een meetlat van een zestal ethische vragen. Die zijn: Kan de agrarische en voedingsmiddelensector honger, armoede en ondervoeding verminderen? Is zij duurzaam? Is zij diervriendelijk? Is zij eerlijk en rechtvaardig tegenover boeren en anderen? Stimuleert zij de leefbaarheid op het platteland? En is zij consumentvriendelijk: vermindert ze de kloof tussen productie en consumptie en weet zij op een positieve manier de verbinding te leggen tussen de stad en het platteland?

Prof. Korthals concludeert dat het huidige, intensieve systeem van voedselproductie, dat gebruikmaakt van veel chemische middelen en fossiele brandstoffen, gebaseerd is op een wetenschappelijke, technologische en industriële aanpak via grote monopolies. Het misbruikt dieren, heeft de verbinding tussen de producenten enerzijds en de burgers, consumenten en boeren anderzijds verbroken, is niet duurzaam en vergroot de armoede. De extensieve agro-ecologische productiewijze daarentegen is duurzamer, respecteert boeren en agrobiodiversiteit en vermindert de kloof tussen productie en consumptie. Daarom scoort de laatste op ethische criteria beter dan de eerste.

Bron: Wageningen Universiteit, 28/04/14 & Food Holland
http://www.foodholland.nl/nieuws/artikel.html?id=158607