Lectures

Joop van Lenteren (Wageningen UR): 'Geef biologische bestrijding een echte kans'

Biologische bestrijding is in de afgelopen veertig jaar uitgegroeid tot een succesvol, milieuvriendelijk en bedrijfseconomisch verantwoord alternatief voor chemische plaagbeheersing in de fruit- en wijnteelt, de glastuinbouw en de productie van gewassen als maïs, katoen, suikerriet en soja. Maar zet je het aandeel biologische bestrijding uit tegen de chemische bestrijding, dan is dat nog ontluisterend laag. Bovendien komen er steeds minder natuurlijke vijanden op de markt. De knellende regelgeving en een nog vaak afwijzende houding van veel direct betrokkenen zijn daar debet aan. Het is daarom nodig nieuwe wegen in te slaan en ecologisch verantwoorde plaagbeheersing een echte kans te geven.

Henk Tennekes' Presentation to Dutch Pesticide Board Committee on the Risk Profile of Neonicotinoids for Arthropods

The Dutch toxicologist Henk Tennekes was invited to give a presentation on the risk profile of neonicotinoid insecticides for arthropods to committee members of the Dutch Board for the Authorisation of Plant Protection Products and Biocides (Ctgb). An English version of the presentation, which took place on 25 May 2011 at the Bee House in Wageningen, The Netherlands, is attached.

Entomologist Joop C. van Lenteren (Wageningen University): 'Most farmers have become pesticide addicted during the past 60 years'

During the past 120 years, a large number of natural enemies has been collected and evaluated for use in augmentative biological control programmes. Particularly during the last 30 years many efficient species have been identified and currently at least 230 species are commercially available globally. Today, the commercial biological control industry is well organized, has developed mass production, shipment and release methods as well as adequate guidance for farmers. The industry has intensively collaborated with the public research sector in design of quality control programmes, which are applied during natural enemy production and shipment. The industry also cooperated in preparing environmental risk assessment methods for biological control agents. In several areas of agriculture augmentative biological control has obtained considerable successes and is now a reliable and appreciated element of IPM programmes. Despite all this progress, augmentative biological control is applied on a frustratingly small acreage.

Henk Tennekes in de Tweede Kamer: insecten worden overal bedreigd door milieuverontreiniging met neonicotinoide insecticiden

Op 3 november 2010 is er een rondetafelgesprek geweest van de Vaste commissie van Economische zaken, Landbouw en Innovatie over het Wetsvoorstel Wijziging van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden in verband met de implementatie van Europese regelgeving voor het op de markt brengen en het duurzaam gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Navolgend het betoog van de toxicoloog Henk Tennekes over de effecten van neonicotinoide insecticiden op niet-doelwit arthropoden. Tennekes komt tot de conclusie dat - bij verdere voortzetting van het huidige overheidsbeleid en het gedogen van zware milieuverontreiniging met bestrijdingsmiddelen - zich in Nederland een milieuramp zal voltrekken.

Bijensterfte wél door gewasbeschermingsmiddelen

De hoge bijensterfte in Nederland hangt wel degelijk samen met het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in land- en tuinbouw. De vaak honderden malen te hoge hoeveelheid imidacloprid in het oppervlaktewater in Noord- en Zuid-Holland en elders zorgen daarnaast ook voor sterfte onder andere insecten en daardoor voor minder vogels.

De Zutphense toxicoloog dr. Henk Tennekes zei dat woensdagmiddag (25-05-2011) in Wageningen over de relatie tussen het gebruik van zogenoemde neonicotinoïden en bijensterfte (voordracht bijgevoegd). Dit op uitnodiging van het CTGB, dat voor meerdere ministeries de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Wgb) uitvoert en nieuwe pesticiden al dan niet toelaat.

Voordracht Henk Tennekes in Wageningen over verhoogde bijensterfte door neonicotinoide insecticiden

Henk Tennekes gaf op 25 mei 2011 een voordracht in het Bijenhuis in Wageningen over de relatie tussen het gebruik van neonicotinoïde insecticiden en de verhoogde bijensterfte. Dit op uitnodiging van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb). De presentatie is bijgevoegd. Tennekes komt tot de conclusie dat er overduidelijke aanwijzingen zijn dat chronische blootstelling van bijenvolken aan neonicotinoïden (door besmetting van stuifmeel en nectar) betrokken is bij de verhoogde bijensterfte (die een bedreiging vormt voor de globale voedselproductie).

Met het oog op de verhoogde bijensterfte van de laatste jaren zou het nu toch voor de hand liggen maatregelen te nemen om chronische blootstelling van bijen aan welke hoeveelheid neonicotinoiden dan ook onder alle omstandigheden te verhinderen om zodoende risico’s te minimaliseren, aldus Tennekes.

Bovendien veroorzaakt vrijwel iedere toepassing van imidacloprid in Nederland grond- en oppervlaktewaterverontreiniging waardoor wilde planten (en daarmee ook niet-doelwit insecten) ongewild worden vergiftigd met imidacloprid.

Voordracht Henk Tennekes aan de universiteit van Heidelberg over het risicoprofiel van neonicotinoide insecticiden

Op 16 februari 2011 gaf de Nederlandse toxicoloog Dr. Henk Tennekes een lezing aan het Institute of Public Health van de universiteit Heidelberg over het risicoprofiel van neonicotinoide insecticiden. Een Nederlandse versie van de powerpoint presentatie is bijgevoegd. De presentatie is ook beschikbaar in Duits, Engels, Frans en Japans (zie bijlage). Dr. Tennekes komt o.a. tot de conclusie dat de toxiciteit van imidacloprid en thiacloprid voor arthropoden wordt versterkt door de blootstellingstijd, de dosis-werkings-relaties hetzelfde zijn als die van kankerverwekkende stoffen, en het is dus maar zeer de vraag is of er een veilig expositieniveau is voor niet-doelwit arthropoden. Hij belichtte ook de ernstige gevolgen van de zware oppervlaktewaterverontreiniging met imidacloprid in Nederland.

Henk Tennekes lecture at Heidelberg University on the risk profile of neonicotinoid insecticides

On the 16th of February 2011, the Dutch toxicologist Dr. Henk Tennekes gave a lecture at the Institute of Public Health of Heidelberg University on the risk profile of neonicotinoid insecticides and their impact on non-target insects and birds (powerpoint presentation attached). Klaus Maresch recorded the English version of this presentation and placed it on Youtube: http://www.youtube.com/watch?v=M4RIDWuCN-A

Vortrag Dr. Henk Tennekes zur Gefährlichkeit von Neonicotinoiden an der Universität Heidelberg

Der niederländische Toxikologe Dr. Henk Tennekes, Autor des Buches "The systemic insecticides: A disaster in the making", hielt an der Universität Heidelberg am 16. Februar 2011 einen Vortrag über die Toxizität als Funktion der Einwirkungsdauer von Neonicotinoiden und korrelierte dies mit dem Rückgang von Vogelarten in den Niederlanden sowie dem Schwund von Insekten. Klaus Maresch hat den Vortrag aufgezeichnet und bei youtube eingestellt.

http://www.youtube.com/watch?v=1DJt78yzT1o

Dosis und Wirkung – Beiträge zur theoretischen Pharmakologie (1949) von Hermann Druckrey und Karl Küpfmüller

Zusammen mit dem mathematisch versierten Elektro- und Nachrichtentechniker Karl Küpfmüller entwickelte der Pharmakologe und Krebsforscher Hermann Druckrey die theoretischen Grundlagen für die Dosis-Wirkungs-Beziehung in der Pharmakologie und Toxikologie, die in zwei Aufsätzen 1948 und 1949 veröffentlicht wurden. Ein Auszug aus dem Buch Dosis und Wirkung – Beiträge zur theoretischen Pharmakologie (1949): " Die Beziehung zwischen Giftkonzentration und der Wirkung ist keine unmittelbare; vielmehr liegen wenigstens zwei Stufen vor. Die erste ist die durch das Gift herbeigeführte Rezeptoren-Besetzung, die zweite die dieser folgende Wirkung. Daher kann die Reversibilität der Wirkung dieselbe Bedeutung für den Wirkungscharakter des Giftes haben wie die Reversibilität der Rezeptoren-Besetzung. ….Ein „Konzentrationsgift“ liegt nur dann vor, …wenn sowohl die Rezeptoren-Besetzung als auch die Wirkung schnell reversibel sind. Wenn sowohl die Rezeptoren-Besetzung als auch die durch sie ausgelöste Wirkung irreversibel und irreparabel sind, so kommt es mit der Zeit zu einer enormen Wirkungsverstärkung. Die Wirkung entspricht dem doppelten Integral aus der Giftkonzentration über die Zeit. Bei derartigen Giften kann also unter Umständen während der Zeit ihrer Einwirkung überhaupt kein sichtbarer Effekt auftreten, während später, wenn das wirksame Agens vielleicht schon längst ausgeschaltet ist, immer zunehmende und schliesslich katastrophale Wirkungen an der Zelle bzw. am Organismus auftreten." Im Jahre !962 veroeffentlichte die Arbeitsgruppe Druckrey dann die bahnbrechende quantitative Analyse der experimentellen Krebserzeugung. "Die zur Krebserzeugung erforderliche Gesamtdosis war bei zunehmender Fraktionierung in geringere Tagesdosen über längere Zeit nicht größer, sondern nahm im Gegenteil erheblich ab. "

Inhalt abgleichen