Zowel de vroedmeesterpad als de geelbuikvuurpad worden in Nederland met uitsterven bedreigd

Beide soorten komen uitsluitend voor in Zuid-Limburg. Ze kwamen tot in de zestiger jaren gebiedsdekkend in bijna geheel Zuid-Limburg voor. Inventarisaties vanaf het begin van de zestiger jaren hebben duidelijk aangetoond dat de vroedmeesterpad (Alytes obstetricans) en de geelbuikvuurpad (Bombina variegata) de laatste decennia sterk in aantal zijn afgenomen. Was de vroedmeesterpad tot voor dertig jaar nog zeer algemeen in heel Zuid-Limburg, in 1997 zijn er nog maar veertien lokaties met levensvatbare populaties van deze soort vastgesteld. De achteruitgang van de geelbuikvuurpad is nog dramatischer. In 1964 waren er nog tachtig vindplaatsen, in 1975 nog negentien, in 1980 nog vijf, terwijl thans nog maar sprake is van vier vindplaatsen waar regelmatig meerdere exemplaren worden aangetroffen.

Wetenschappers voorspellen dat meer dan de helft van alle kikkers, padden en salamanders binnen veertig jaar zullen uitsterven

Wereldwijd worden amfibieën zwaar getroffen, wetenschappers spreken zelfs over de ‘zesde massa-extinctie’ onder amfibieën. In Nederland staat de helft van de soorten op de Rode Lijst en wereldwijd wordt eenderde van alle soorten amfibieën met uitsterven bedreigd. Het onderzoeksteam van dr. Hof van de Universiteit van Kopenhagen (Denemarken) gebruikte computermodellen om de invloed van klimaatverandering, het verlies van leefgebied en de schimmelziekte op amfibiepopulaties te modelleren. De resultaten verschenen in november 2011 in het wetenschappelijke tijdschrift ‘Nature’ (bijlage). De wetenschappers voorspellen dat meer dan de helft van alle kikkers, padden en salamanders binnen veertig jaar uitgestorven zal zijn door een combinatie van deze drie factoren. Het overlappen van deze bedreigingen zou kunnen betekenen dat de schattingen van de achteruitgang van populaties te optimistisch zijn en dat het in werkelijkheid nog erger is dan we aanvankelijk dachten.

Een schimmel doodt amfibieën

In het voorjaar van 2010 bleek dat ruim 5 procent van alle amfibieën in België en in Nederland met een schimmel besmet waren, Batrachochytrium dendrobatidis (verdere informatie in bijlage). Deze schimmel kan de gevaarlijke infectieziekte chytridiomycose veroorzaken. Door deze ziekte zijn wereldwijd al een aantal amfibieënsoorten uitgestorven en worden vele andere soorten bedreigd. In bijna alle Nederlandse provincies en in Vlaanderen zijn besmette dieren gevonden. Ook de onlangs in Nederlands Limburg aangetroffen brulkikkers kunnen dragers zijn van deze schimmel. Deskundigen, waaronder het IUCN, noemen het de ergste infectieziekte die amfibieën ooit heeft getroffen en een grote bedreiging voor de biodiversiteit. Over één punt zijn wetenschappers het eens. Amfibieën worden wereldwijd bedreigd, onder andere door vervuiling van de leefomgeving. Daardoor zijn amfibieën nu gevoeliger voor ziekteverwekkers als de Chytride schimmel.

De laatste populatie van de knoflookpad in Midden-Limburg verkeert op de rand van uitsterven

De Knoflookpad (Pelobates fuscus) gaat landelijk gezien hard achteruit. In Limburg resteren nog slechts drie leefgebieden. De Knoflookpad wordt in al deze gebieden in haar voortbestaan bedreigd. Vooral in Midden-Limburg is de situatie uiterst alarmerend. Van de meer dan 25 wateren waar de soort hier in het verleden is waargenomen resteert er tegenwoordig nog één. Deze populatie in Nationaal Park De Meinweg verkeert op de rand van uitsterven. Hiermee zouden de laatste Knoflookpadden van Midden-Limburg verloren gaan. Als laatste redmiddel voor het behoud van de soort is in 2011 begonnen met het opkweken en uitzetten van larven.

Maar liefst 38% minder Boerenzwaluwen in Woudsend e.o. in 2012 dan in het jaar daarvoor

We vernamen al berichten dat het met de Boerenzwaluw (Hirundo rustica) niet goed gaat. Maar dat de gevolgen voor de telling rond Woudsend zo dramatisch zouden zijn hadden we niet gedacht. Vorig jaar werden 228 bewoonde nesten geteld maar dit jaar kwamen we (ook weer rond 13-15 juni) niet verder dan 141; een achteruitgang van 38% ! Het aantal adressen waar genesteld wordt nam af van 38 naar 36. Op 24 adressen was het aantal (aanzienlijk) lager, op 6 adressen was het aantal hoger en op 6 adressen bleef het gelijk.

De aantallen van de veldleeuwerik, graspieper en gele kwikstaart zijn in de laagveengebieden in Noord- en Zuid-Holland sinds 2000 meer dan gehalveerd

De landelijke populaties van grutto (Limosa limosa), tureluur (Tringa totanus), scholekster (Haematopus ostralegus) en kievit (Vanellus vanellus) liggen in 2009 grofweg 10 tot 60 procent onder het niveau van 1990. Volgens een recente schatting van SOVON is de grutto in Nederland gedaald van circa 100.000 broedparen midden jaren tachtig naar een kleine 60.000 in 2004. Ook zangvogels die op landbouwpercelen broeden, zijn sinds 1990 achteruit gegaan. Van het aantal veldleeuweriken (Alauda arvensis) is nog maar 30% over van de aantallen aan het begin van de jaren negentig. De ontwikkeling van de weidevogelaantallen vertoont duidelijke verschillen tussen de verschillende regio's in het land. In het westen en zuidwesten bleven de aantallen van de steltlopers in de jaren negentig stabiel of gingen zelfs vooruit, terwijl in het noorden en oosten de meeste soorten een afname lieten zien. Maar na de eeuwwisseling loopt de weidevogelstand ook in het westen en zuidwesten sterk terug, vooral in de laagveengebieden in Noord- en Zuid-Holland. De aantallen van de veldleeuwerik, graspieper (Anthus pratensis) en gele kwikstaart (Motacilla flava) zijn hier sinds 2000 zelfs meer dan gehalveerd.

De achteruitgang van sprinkhanen en krekels in Limburg

Uit Limburg zijn 40 van de 45 Nederlandse soorten sprinkhanen en krekels bekend. In de loop van de 20e eeuw zijn vijf soorten uit de provincie verdwenen. Soorten als zadelsprinkhaan (Ephippiger ephippiger), veldkrekel (Gryllus campestris), blauwvleugelsprinkhaan (Oedipoda caerulescens), zoemertje (Stenobothrus lineatus) en schavertje (Stenobothrus stigmaticus) zijn achteruit gegaan en enkele daarvan staan op het punt te verdwijnen. De zadelsprinkhaan is de meest bedreigde Limburgse sprinkhaan. In het verleden is de soort gevonden in de omgeving van de Mookerheide, bij Venlo, de Meinweg en de Brunssummerheide en Schinveld. De populaties in de Meinweg en Brunssummerheide zijn de afgelopen jaren niet meer gezien.

De opvolger van imidacloprid: uitbreiding van de toelating van thiacloprid door Ctgb

Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) heeft ingestemd dat Calypso een uitbreiding krijgt in de veredeling en zaadteelt van bloemisterijgewassen. De insecticide is via een gewasbehandeling toe te dienen. Calypso is al ruim toegestaan in bloemisterijgewassen. Voornamelijk als bestrijder van bladluizen, maar ook tegen larven van kaswittevlieg. In gladiool is de insecticide inzetbaar tegen gladiolentrips.

Voorzorgsprincipe dringt zich op voor neonicotinoïden

In opdracht van de milieucommissie van het Europees Parlement maakte het Oostenrijkse milieuagentschap een overzicht van de wetenschappelijke kennis over de rol van neonicotinoïden bij massale bijensterfte. Deze groep insecticiden wordt in toenemende mate verantwoordelijk gehouden voor de recente sterfte. Het rapport adviseert daarom de toepassing van het voorzorgsprincipe. De jongste jaren buigen steeds meer wetenschappers zich over de problematiek van de toenemende bijensterfte. Na afloop van zulke studies worden neonicotinoïden, een groep van systemische insecticiden, vaak als belangrijke mede-oorzaak aangewezen.

In een groot deel van het oppervlaktewater in veeteeltgebied zit antibiotica uit de varkens- en plofkipindustrie

Dit blijkt uit onderzoek van Rikilt in opdracht van Wakker Dier. De gevolgen van zoveel antibiotica in het milieu zijn nog onbekend. Langetermijneffecten voor de flora en fauna in het water zijn nog onbekend. De gevonden stoffen zijn sulfamethoxazol, oxytetracycline, en (anhydro)-erythromycine. Van deze soorten antibiotica werd in 2011 130 ton verbruikt. Dat is 40% van de totale hoeveelheid antibiotica in de vee-industrie dat jaar. “De onbekende gevolgen van antibioticagebruik in de vee-industrie is beangstigend. Dit is naast dierenwelzijn een extra reden om af te stappen van goedkoop vlees! In diervriendelijkere houderijen wordt veel minder antibiotica gebruikt.” aldus Wakker Dier.