Op het Dwingelderveld lopen 60% minder kevers rond dan 25 jaar geleden

Ook op het Dwingelderveld zijn steeds minder insecten te vinden, meent Rikjan Vermeulen. Hij doet onderzoek naar de keverpopulatie in het natuurgebied. Op het Dwingelderveld liepen in 1992 nog 100.000 kevers rond, maar in 2008 waren dat er nog maar 40.000. "Er zijn veel soorten al verdwenen en wat nog rest zijn geen grote aantallen. Als dit een algemeen beeld is van de insecten dan gaan we wel problemen krijgen", zo stelt Vermeulen. Het uitsterven van insecten heeft namelijk gevolgen voor de beesten die insecten eten.

Ook in Friesland minder insecten: ‘nog maar een fractie van wat het was’

Dat er steeds minder insecten rondvliegen en -fladderen ziet de Friese entomoloog (insectendeskundige) Peter de Boer al jaren om zich heen. ,,Ontzettend, hoeveel biomassa er verdwenen is.’’ Al sinds zijn twaalfde vangt De Boer verschillende soorten Syrphidae, zweefvliegen, op vaste hotspots zoals in de bossen bij Beetsterzwaag. ,,Wat is daar nu vang, is nog maar een fractie van wat het dertig jaar geleden was.’’ Een bepaald soort ‘gitje’ (kleine, donkere vliegjes) dat hij al jaren in de gaten houdt?

Waar zijn de wilde akkerplanten gebleven?

Korenbloemen (Centaurea cyanus), in een adem genoemd met klaprozen, waren vroeger vooral op de hoge zandgronden algemeen in korenvelden. Korenbloemen vind je nog maar zelden op de akker. De wilde ridderspoor (Consolida regalis) was met zijn paarsblauwe langgespoorde bloemen een opvallende verschijning in wintergraanakkers in het oostelijke deel van het rivierengebied. Als je hem tegenwoordig tegenkomt, is hij ontsnapt uit heemtuinen, want in het wild werd de ridderspoor voor het laatst gevonden in 1981. In de negentiende eeuw ging de plant al achteruit.

Artemis en Nefyto starten juridische procedure tegen gebruiksverbod buiten de landbouw

De overheid heeft vorig jaar een verbod ingesteld op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op verhardingen en is voornemens om per 1 november 2017 dit verbod uit te breiden tot alle toepassingen buiten de landbouw. Ondanks bezwaren van Artemis en Nefyto zet de overheid dit verbod door. Genoemde organisaties vinden het verbod onrechtmatig, ongegrond en onwenselijk en hebben daarom besloten een juridische procedure tegen de Staat te starten.

Infectieziektes die amfibieën op de rand van uitsterven brengen

Wereldwijd gaat het niet goed met amfibieën en infectieziektes zijn een zeer belangrijke factor die achteruitgang en uitsterven van soorten versnellen. Twee van de bekendste amfibieziektes zijn Chytridiomycose en Ranavirus. Beide komen ook in Nederland voor en zorgen lokaal voor de achteruitgang van populaties. Er zijn echter meer ziektes waar amfibieën mee te maken hebben, waaronder Amphibiocystidium-infecties. Amfibieën die zijn geïnfecteerd met soorten uit het genus Amphibiocystidium vertonen wittige tot doorzichtige blaasjes op de huid (<1 cm).

Op mondiaal niveau is door het gebruik van neonicotinoïden een voor insecten giftig landschap ontstaan

Zwitserse onderzoekers hebben 198 honingmonsters van lokale imkers op alle continenten van de wereld, uitgezonderd Antarctica, op de aanwezigheid van neonicotinoïde insecticiden onderzocht. In driekwart van de honing wereldwijd werden resten van ‘bijengif’ gevonden. Het wetenschappelijke tijdschrift Science publiceerde gisteren het Zwitserse onderzoek. Nederlandse experts noemen de uitkomsten schokkend.

Het gentiaanblauwtje kan in 2020 zijn verdwenen

Toen het beschermingsplan voor het gentiaanblauwtje (Maculinea alcon) in 2003 werd uitgebracht waren er nog 94 populaties; en in 2015 nog maar 48: een afname van meer dan 70% in 25 jaar. De tellingen van het Landelijke Meetnet laten sinds 1997 een afname van maar liefst 87% van het aantal eitjes zien. Drenthe is in die periode verschraald tot het niveau van de andere drie regio’s in Nederland; in Friesland is nog maar een hele kleine populatie over en in Limburg en Utrecht is het gentiaanblauwtje alweer tien jaar weg.

Docent aan hogeschool Van Hall Larenstein ziet biodiversiteit als belangrijk onderdeel van landbouwopleiding

Het onderwerp biodiversiteit maakt nog onvoldoende deel uit van de landbouwopleidingen. Dat betoogde Cor Kwakernaak gisteren ter gelegenheid van zijn afscheid als docent aan hogeschool Van Hall Larenstein. ,,Je moet je niet alleen afvragen of boeren nu en straks voldoende doen aan biodiversiteit, het kan nog meer onderdeel worden in de lesstof.” Kwakernaak doceerde decennia lang alle aspecten van grasgroei. Hij pleitte er gisteren voor dat alle melkveehouders binnen tien jaar 10 procent van hun grasland bestemmen voor natuurdoelen.

Ook de tureluur heeft het nu met een jaarlijkse afname van 5% zwaar te verduren

De tureluur (Tringa totanus) is een vogel uit de familie van strandlopers en snippen (Scolopacidae) met geslachtsnaam Tringa (ruiters). In de periode 1989-1991 werd het aantal broedvogels in Nederland geschat op 30.000 paar. Tussen 2003 en 2007 is er een afnemende trend geconstateerd van 5% per jaar. Door de geleidelijk afname staat de tureluur als ‘gevoelig’ op de Nederlandse rode lijst van bedreigde of kwetsbare vogelsoorten. De tureluur staat op de Vlaamse rode lijst als kwetsbaar.

Door gebruik neonics zijn kievit en scholekster in 5 jaar tijd 90% achteruit gegaan in de Hoeksche Waard

De weidevogelgroep van Hoekschewaards Landschap houdt zich bezig met het beschermen van weidevogelnesten en jonge vogels bij werkzaamheden op het land. De weidevogels in zijn algemeenheid hebben het erg zwaar de laatste jaren in Nederland. In de Hoeksche Waard komt daarbij dat de vogels die op akkerland broeden, kievit (Vanellus vanellus) en scholekster (Haematopus ostralegus) , extra hard getroffen worden. Vanuit diverse onderzoeken komt duidelijk naar voren dat de neonicotinoïden hier debet aan is. Hierdoor zijn er voor de jonge vogels te weinig insecten waardoor ze verhongeren.